De Straatmadelief

Menu

Straatmadelief

info MADELIEF info MADELIEF info MADELIEF etc.etc. etc

Stichting de Straatmadelief Groningen

De achtergronden van Stichting "de Straatmadelief" uit Groningen.

De Stichting "de Straatmadelief" uit Groningen is opgericht door Gonnie Lemckert. Gonnie is nog steeds betrokken bij de stichting.

Gonnie

Straatmadelief Groningen

Met alles wat ze te geven heeft, komt ze op voor de belangen van de straatprostituees in Groningen. Gonnie Lemckert van de stichting Straatmadelief is multi-inzetbaar, van kraamverzorgster tot kokkin.
‘Ik heb zelf een Gonnie gemist.’

Gonnie Lemckert, belangenbehartiger van prostituees: ‘De tippelzone is hun plekje’ Ze noemen haar oma, maar ze is nog veel meer dan dat. Kraamverzorgster, getuige bij een huwelijk, advocaat en kokkin, om maar een paar functies te noemen. Maar bovenal is Gonnie Lemckert van Stichting Straatmadelief belangenbehartiger van de prostituees op de tippelzone in Groningen. ‘Als je er helemaal voor gaat, is dit werk ontzettend veelomvattend’, vat ze kort samen.

Begrafenis
Ze vertelt bevlogen over de jonge vrouwen die haar meenemen naar het ziekenhuis om te bevallen, van wiens kinderen ze zelfs aangifte deed op het stadhuis. Over de keren dat ze meeging naar een begrafenis, of over de barbecue die ze ieder jaar in haar eigen tuin organiseert. Trots laat ze een paar foto’s zien. Verslaafde prostituees die na een duik in het zwembad lekker languit in de zon liggen. Een restaurantje op een bedrijventerrein aan de rand van Groningen. Een paar honderd meter verderop ligt de tippelzone, de plek waar Lemckert zo’n drie keer per week is te vinden. Elke dinsdag met een warme maaltijd, op donderdag met fruit, en altijd is er een luisterend oor. Zeven dagen per week is ze 24 uur per dag bereikbaar. ‘Het gaat dan over problemen die ze hebben met klanten of met familie. Maar ik word ook wakker gebeld door vrouwen die ergens op de A7 staan en niet weten hoe ze daar weg moeten komen.’

Als ze ’s avonds arriveert op de tippelzone, praat ze verder met de vrouwen over de problemen die telefonisch aan de orde zijn geweest. Vaak willen de prostituees ook een paar euro’s, maar daar begint ze niet aan. ‘Ik geef ze liever iets in natura, ik heb ook geen geldboom in mijn tuin.’ Behalve het contact met de vrouwen, overlegt ze ook regelmatig met ondernemers op het bedrijventerrein, de wijkagent en de gemeente. Waar ze een kans ziet, komt ze op voor de prostituees. Of het nou gaat om het schoonhouden van de tippelzone, of het bij elkaar sprokkelen van een kerstpakket, alles in het belang van haar vrouwen.

Verslaafd
Lemckert doet haar werk belangeloos en naar buiten toe zo goed als alleen. Achter de schermen verricht haar man echter veel werkzaamheden. Hij is haar steun en toeverlaat. Twee bestuursleden staan haar op organisatorisch vlak bij. Zelf heeft ze de tweejarige opleiding Zorg en Welzijn op het ROC gedaan, om de prostituees nog beter te begrijpen. ‘Maar mijn eigen rugzak is eigenlijk al voldoende’, zegt ze. (Gonnie is als 72 jarige gediplomeerd in 2014 op het Alfa-college in Groningen)
Sinds 2002 staat haar leven in het teken van Stichting Straatmadelief. ‘Gewoon, omdat ik zo begaan ben met deze vrouwen’, zegt ze. Zelf was Lemckert ruim dertig jaar geleden verslaafd en verdiende twee jaar lang de kost als straatprostituee. Met zes kinderen, een werkloze man en een poetsbaantje dat te weinig opleverde zag ze weinig andere mogelijkheden.

Twee nonnetjes
‘Ik heb de ellende toen gezien, de meisjes die zwaar verslaafd waren. Zelf slikte ik elke nacht een pilletje om wakker te blijven, om ’s ochtends weer voor de kinderen te kunnen zorgen. Er stond een container op de weg, met twee nonnetjes erin. Daar kon je een boterham eten, verder was er niets. Wat ik toen miste?
Een arm om me heen, ik miste een Gonnie.’

Paar sigaretten
Dat is precies de reden waarom ze na haar verhuizing naar Groningen de tippelzone opzocht. Ze wilde deze vrouwen die arm geven waar ze zelf zo naar had verlangd. Het begon met het uitdelen van een paar sigaretten, de wekelijkse maaltijden volgden snel en nu is de standaardvraag van de vrouwen: ‘Wat ga je koken, oma?’
‘Nog nooit heeft iemand van me gestolen’, zegt ze dan ineens. ‘Zelfs niet in mijn huis waar sommige dingen voor het grijpen liggen.’ Ze heeft hun vertrouwen gewonnen, en het respect, wil ze maar zeggen. Hoe ze dat voor elkaar heeft gekregen? ‘Altijd maar luisteren, altijd maar dingen voor ze doen. Natuurlijk heb ik vaak mijn neus gestoten. Sta ik bij het station te wachten om samen kleren te gaan kopen, komt er niemand opdagen. Maar ik begrijp dit gedrag als geen ander, dat is nou juist de verslaving.’ Hoewel er ook grenzen zijn. ‘Als iemand op mijn hart trapt, is het afgelopen’, zegt ze vastberaden.
Ze vertelt over de vrouw voor wie ze lange tijd alles had gedaan tijdens haar ziekbed, maar die haar uiteindelijk uitmaakte voor ‘een rotwijf die nooit iets voor haar over had gehad.’ Voor Lemckert was de grens bereikt. Toch regelde ze een tijd later een steen voor op het graf van de overleden prostituee. Ook al hebben de straatprostituees eveneens contact met reguliere hulpverlening als Verslavingszorg Noord-Nederland (VNN), niemand die zo close met ze is als Gonnie. Sterker, als ze hulpverleners van VNN uitnodigt op de jaarlijkse barbecue, komt er geen enkele prostituee. Als ze een paar weken niet op de tippelzone is geweest, ziet ze de vrouwen terugvallen. Meer ruzie, meer rommel en meer lawaai. Haar meerwaarde? ‘Ik laat ze beseffen dat de tippelzone hun plekje is en dat ze zich daarvoor niet hoeven te schamen. Daarnaast kunnen ze me altijd bellen. Bij hulpverleners is dat niet zo. Zij zouden meer moeten tolereren van deze vrouwen. Als iemand een afspraak mist, komt er direct een sanctie, terwijl je er voor moet blijven gaan. Uiteindelijk win je.’

Ondertussen is ze het project ‘Oor voor vrouwen’ gestart, waarmee ze de medezeggenschap van straatprostituees wil bevorderen. ‘Nu ben ik degene die alles doorseint naar de gemeente of andere instanties. Het zou mooi zijn als de vrouwen dat zelf doen, zodat ze zich meer verantwoordelijk voelen en uiteindelijk meer eigenwaarde krijgen.’
Hoewel ze beseft dat het moeilijk is om deze vrouwen uit dit leventje te halen, heeft ze toch haar idealen. Zo pleit ze voor een inloophuis waar de prostituees altijd terechtkunnen, ook zonder vooraf een bed te reserveren, zoals bijvoorbeeld bij het Leger des Heils gebeurt. ‘Als de gemeente mij dan een huisje geeft een kilometer verderop, kunnen ze altijd langskomen om te praten’, lacht ze. Hoe lang ze zelf nog doorgaat? ‘Zolang mijn lichaam het toelaat. Desnoods rijd ik met een rollator naar de zone.’
Dit artikel stond in Zorg + Welzijn Magazine nr 9, september 2010.
Bron: fotografie Koos Groenewold

 

Dit is een link naar het artikel.

Huiskamers voor prostituees. Veilige rustpunten in een jachtig bestaan.
In de jaren tachtig van de twintigste eeuw startte de discussie over de opvang van (verslaafde) prostituees die op straat tippelden.
De vrouwen, of liever gezegd de mannen (pooiers, vriendjes, dealers) die om de prostituees heen hingen, veroorzaakten overlast.
Bewoners van de buurten waar vrouwen tippelden, drongen bij gemeentes aan op maatregelen.
Tot die tijd zag men het tippelen om een aantal redenen door de vingers.
Allereerst werd afwijkend gedrag, vooral in de jaren zeventig, sneller geaccepteerd.
Verder woonden er nauwelijks mensen in binnensteden. Daar kwam in de jaren tachtig verandering in toen kapitaalkrachtigen weer naar de stad gelokt werden om centra bewoonbaar te maken. Ten slotte nam het autogebruik toe en daarmee de overlast door auto’s in de straten waar werd getippeld.

Verschillende groeperingen namen het initiatief om huiskamers voor prostituees op te zetten.
In Amsterdam openden religieuzen in 1982 het zogenaamde Mirjamhuis.
Een jaar later werd in Den Haag op initiatief van de gemeente een huiskamer geopend. Echter, niet de gemeente, maar religieuzen financierden deze huiskamer. Rotterdam volgde in 1983.
Hier speelde de politie een sterke rol in het debat. De politie was het beu om prostituees voortdurend op te jagen en stelde eigenhandig een gedoogzone in en vroeg de gemeente de zone te bekrachtigen.
De gemeente ging niet akkoord met een tippelzone, maar was wel voorstander van opvang voor prostituees. Utrecht kwam als laatste van de grote steden met een huiskamer en wel in 1986.
Naast opening van huiskamers in de vier grote steden, kwam er ook opvang in middelgrote steden als Groningen (1991), Nijmegen (1999) en Heerlen (2001).
Inmiddels zijn de zones in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag en Heerlen alweer gesloten wegens (drugs)overlast en criminaliteit.

In de huiskamers discussieerden hulpverleners over wat het uitgangspunt van de hulpverlening aan prostituees moest zijn.
De meeste huiskamers gingen uit van de behoefte van prostituees aan een rustpunt en niet aan een afkickcentrum.
Zij accepteerden prostitutie als beroep. Vergroten van de zelfredzaamheid was het voornaamste doel.
Dit moest bereikt worden door het professionaliseren van het beroep via safe seks promotie en andere lichaamscontrole. Deze benadering schuurde al dicht tegen de vrouwenhulpverlening aan, al sprak men daar in de eerste jaren nog niet zo over.
Pas toen de bestaande dienstverlening onbevredigend bleek, gingen huiskamers ertoe over de vrouwenhulpverlening in te voeren.

Hulpverleners in de huiskamers gingen op zoek naar de kracht van vrouwen (empowerment) en lieten onnodige problematisering achterwege.
Zij wilden tevens het isolement van prostituees doorbreken door onderlinge herkenning te stimuleren. Ervaringsdeskundigheid van prostituees was een belangrijk middel om dit te bereiken. Nieuw was dat hulpverleners zichzelf, sterker dan voorheen, als instrument zagen waarmee zij erkenden dat hun handelen niet alleen was gebaseerd op wat zij tijdens hun opleiding hadden geleerd, maar ook op hun eigen ervaringen.
In de huiskamers van tegenwoordig staat het vergroten van de zelfredzaamheid nog steeds hoog in het vaandel.
De vrijblijvendheid van de hulpverlening is echter afgezwakt. Trajectbegeleiding en bemoeizorg zijn geïntroduceerd voor prostituees die intensievere begeleiding nodig hebben of zorg mijden.Bovendien is de hulpverlening meer dan voorheen gericht op het stoppen met werken in de prostitutie.

Dit is een link naar het artikel.

Publicatiedatum: 01-08-2014 Datum laatste wijziging :13-10-2014 Auteur(s): Suzanne Hautvast,